Sneeuwwitje

‘Zorg dat de afwas gedaan is en de keuken geschuurd, en dat er eten op tafel staat als ik thuiskom van mijn theekransje bij de andere Koninginnen,’ krijst de Koningin-Stiefmoeder.

Sneeuwwitje knikt. Maar ze heeft er meer dan genoeg van. Zodra de poort van het kasteel achter de Koningin in het slot valt, rent ze naar haar slaapkamer. Daar graait ze wat kleren bij elkaar, de halsketting die van haar echte moeder is geweest en haar lievelingsknuffel. Ze stopt alles in een rugzak en gaat op pad. Ze trekt in de richting van de bergen. Ze is niet van plan ooit nog naar dit kasteel terug te keren.

Als de Koningin-Stiefmoeder thuiskomt, ligt de keuken erbij als eerst.

‘Sneeuwwitje!’ tiert ze. Het galmt doorheen het hele kasteel, maar er komt geen antwoord. De Koningin-Stiefmoeder doorzoekt alle vertrekken, maar het  wicht is nergens te vinden. Als de Koningin-Stiefmoeder merkt dat ook Sneeuwwitjes favoriete knuffel nergens meer in het paleis is, weet ze dat ze ervandoor is gegaan. Ze maakt een vreugdesprong. Maar haar blijdschap is snel over. Ze beseft immers dat de Koning het niet zomaar zal aanvaarden dat zijn Prinses is verdwenen. Daarom roept ze de jager bij haar.

‘Zoek dat onding,’ draagt ze hem op, ‘Als je haar vindt, vermoord je haar. Snijd haar hart eruit. We vertellen de Koning dan dat de kleine is gaan lopen en ze dat heeft moeten bekopen met haar leven, toen een wild dier haar pad kruiste.

De jager zoekt en zoekt, maar kan Sneeuwwitje nergens vinden.  Als de avond valt, beslist hij een dier te doden en de Koningin het hart van dat dier te tonen.

Ondertussen wandelt Sneeuwwitje steeds hoger de bergen in. Vlak voor de zon ondergaat, ontdekt ze een piepklein huisje. Ze klopt op het deurtje en duwt het voorzichtig open. Binnen zitten zeven dwergen aan de tafel.  Ze kijken verrukt naar hun bezoek.

‘Zet je erbij,’ zeggen ze, ‘Je ziet er hongerig uit.’ Sneeuwwitje heeft inderdaad honger gekregen van het vele stappen. Bovendien ruiken de bladertaart en het bessentoetje  op tafel heerlijk. Terwijl ze van het lekkers smult, vertelt ze hoe ze hier terecht is gekomen en welk barbaars leven ze bij de Koningin-Stiefmoeder slijt. ‘Ik ga nooit meer terug!’ eindigt ze beslist.

‘Als je wil, mag je bij ons blijven,’ stelt de oudste dwerg voor. En dat doet Sneeuwwitje. Als de dwergen naar hun werk zijn, maakt ze het huisje proper. Daar is ze in een wip mee klaar. De rest van de dag wandelt ze door het bos, luiert op grasveld voor het huis, snoept van de woudvruchten en maakt juweeltjes met al wat ze in het bos vindt.

Toen de jager met het dierenhart bij de Koningin-Stiefmoeder aankwam, voelde die dat er iets niet klopte. Meteen raadpleegde ze haar spiegel: ‘Spiegeltje, spiegeltje  aan de wand, wie is de mooiste van het land?’

‘Jij, Koningin.’ De spiegel haperde. ‘Maar hoog in de bergen bij de zeven dwergen woont een meisje en dat is duizend maal mooier dan jij.’ Ze begreep dat dat meisje Sneeuwwitje moest zijn. De jager had haar bedrogen. Ze ontsloeg hem op staande voet.

Dag na dag raadpleegt ze haar spiegel. Telkens weer heeft die het over een schoonheid hoog in de bergen.  Dag na dag wordt ze woester. Ze zal de kleine feeks hoe dan ook uit de weg ruimen. Ze vermomt zichzelf als een oud vrouwtje en trekt de bergen in met een mand vol gele appels, en één rode. Deze heeft ze ingespoten met een  dodelijk gif. Ze vindt het huisje gauw.

Sneeuwwitje 6 met heks en appel

 

Sneeuwwitje heeft net alles aan kant en wil zich op het grasveld neerzetten om van de zon te genieten, als er een schamel oudje uit het bos komt aangewaggeld.

‘Ik ben een arm mens,’ krast haar stem, ‘Koop je een appel van mij?’

Sneeuwwitjes ogen gaan meteen naar de glimmend rode appel. ‘Die wil ik wel,’ zegt ze, ‘Ik haal wat geld.’ Terwijl ze dat geld zoekt, krijgt ze medelijden met het mens. De mand weegt zo zwaar dat ze ze amper kan dragen. ‘Weet je wat,’ lacht ze, als ze weer buiten komt, ‘Ik koop de hele mand.’

Het oudje knikt en maakt zich uit de voeten.

’s Avonds maakt Sneeuwwitje appelmoes van de appelen. Terwijl de dwergen ervan smullen vertelt ze over de mand met die ene rode appel. De oudste dwerg heeft meteen door dat er iets aan de hand moet zijn met die appel. ‘Er zou wel eens gif in kunnen zitten,’ zegt hij. De kleinste dwerg klaagt plots van buikpijn, en moet de domste ineens naar het toilet. ‘Maar,’ voegt de oudste eraan toe: ‘Al is die ene appel giftig, de vitamines in de andere doen dat gif sowieso teniet. Een beetje gif deert ons niet.’ Ze eten en praten gezellig verder, ze lachen om het oudje, en ze leven ook nog lang en gelukkig, samen met Sneeuwwitje.

De Koningin-Stiefmoeder daarentegen raadpleegt weer dag na dag haar spiegel. Ze begrijpt er niets van als die blijft beweren dat er in de bergen een meisje is veel mooier dan zij.  Het maakt haar gek. Op een dag klopt ze eerst de spiegel aan diggelen en verdrinkt dan zichzelf in de waterput van het kasteel.

 

 

 

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin

6 Comments

  1. Lies
    mei 26, 2014

    Ahhh, Veerle…, prachtig, jouw versie !
    Lie(f)s.

  2. merel
    mei 28, 2014

    sneeuwwitje gekneed met woordjes van jou , heel mooi

  3. Lies
    jun 3, 2014

    @Goede moed, Veerle.
    Lie(f)s.

  4. Helena
    jun 4, 2014

    Prachtig!

  5. Rob
    jul 4, 2014

    Een boeiende versie, met plezier gelezen.
    Vriendelijke groet,

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *