Hoe spoor je verhalen op die je helpen goede zorg te bieden?

Levensboeken zijn stilaan ingeburgerd in de zorgsector. Stagiaires of vrijwilligers spenderen ettelijke uren aan het verzamelen van data en feiten en schrijven ze in een boek neer. Ze vragen foto’s op bij de familie, kleven deze erbij en voorzien ze van enkele woorden, soms een zinnetje. In sommige voorzieningen neemt het zorgpersoneel zelf deze taak op zich. Het is best stresserend dit tussen alle hoognodige fysieke zorgen door te doen. Ik hoor dan ook unaniem: er is te weinig tijd voor levensverhalen.

Een levensverhaal heeft een buiten- en een binnenkant.

Ik begrijp dit best. Als het levensboek klaar is, ligt het daar in veel gevallen maar. En waarom heb je er dan al die energie en tijd ingestoken? Levensverhalen zouden bruikbaar moeten zijn bij de dagelijkse zorg. Een hulpmiddel om de cliënt een zinvolle dagbesteding aan te bieden passend bij zijn levenskeuzes. Om probleemgedrag te begrijpen en er gepast op te reageren, en liever nog te voorkomen. Om emotionele ondersteuning te bieden indien nodig. Ze zouden de zorgrelatie warmer en persoonlijker moeten maken, en de zorgverlener in staat stellen veranderingen in het persoonlijk welbevinden sneller op te merken.

De dingen die ik in veel levensboeken lees, schieten te kort om dit te realiseren. Hoe helpen zinnen als ‘P. is gescheiden.’ en ‘J. heeft één kleinzoon.’ hier immers bij? Deze zinnen horen bij de buitenkant van iemands verhaal. Het zijn droge, objectieve gegevens.

Een levensverhaal heeft ook een binnenkant. Dat P. gescheiden is, zegt weinig over wie hij is, de gevoelens die hij bij deze scheiding had wel. Dat kunnen schaamte of verdriet, maar ook opluchting, zelfs bevrijding zijn. Dat J. een kleinzoon heeft, vertelt evenmin veel. Welk soort opa  hij is wel. Zat hij dag in dag uit op zijn knieën met zijn kleinkind te spelen? Vertelde hij hem de spannendste verhalen? Of was hij eerder een grootvader op afstand? Hoe is de grootouder-kleinkind-relatie nu? En welke gevoelens heeft J. hierbij?

De binnenkant van iemands levensverhaal biedt je verhalen die je bij de dagelijkse zorg kan gebruiken.

Hoe kom je de binnenkant op het spoor?
  • Heb aandacht voor de buitenkant. Verhalen over de binnenkant komen immers tot stand via de buitenkant. ‘U komt uit Muizen? Toevallig, mijn familie is ook van daar. Ik heb er zelf nog tot mijn zesde gewoond.’ Over de buitenkant spreken is een belangrijke voorwaarde om in een later stadium bij de binnenkant te komen.
  • Duik in de herinneringen van de cliënt met foto’s, voorwerpen, geuren,… Ga indien mogelijk naar plekken van vroeger. Laat de cliënt vertellen wat hem te binnen schiet. Alles is goed.
  • Organiseer reminiscentie-bijeenkomsten. Door in groep herinneringen op te halen, komen bij elke individuele cliënt meer verhalen naar boven. ‘Moest jij om aan te sterken op internaat alle dagen lever eten? Ik kreeg levertraan, net als alle kinderen, maar ik kreeg dat echt niet binnen.’ Dit is een aangename activiteit voor zowel de cliënten als de zorgverleners. Ze creëert een gevoel van verbinding. Betrek er niet alleen activiteitenbegeleiders bij, maar ook verzorgenden en verpleegkundigen. Wat gezegd wordt, kan later als aanknopingspunt dienen voor gesprekken tijdens de dagelijkse zorg.
  •  Ga op zoek naar kleine momenten. Stel hiervoor concrete vragen zoals: wat kreeg je thuis op je bord? Wat deed je op zondag? Hoe vierde je je verjaardag? Wat was je lievelingsplek in huis?…
  • Laat de cliënt alleen vertellen wat hij wil vertellen. Het is zijn verhaal. Het zijn zijn herinneringen.
  • Leer nog meer over het opsporen van verhalen die ertoe doen tijdens de workshop ‘Levensverhalen in de zorg.’

Hoe spoor jij goede verhalen op? Deel het in een reactie!

FacebooktwitterlinkedinFacebooktwitterlinkedin

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *